Borstvoeding, hoe zit het nu echt? (2 maart 2017)

Gekopieerd van mijn oude blog, geschreven op 2 maart 2017)

Sinds een paar dagen wordt er op Facebook massaal een Amerikaans artikel gedeeld over een moeder die meent dat haar pasgeboren baby is gestorven doordat hij exclusief borstvoeding kreeg. Zelfs de media nemen het nu over en posten het op hun sites. De reacties lopen uiteen van moeders die het niet durven te lezen, moeders die hun eigen ervaring in het verhaal herkennen en moeders die het totale onzin vinden. Ook ik heb het artikel gelezen plus alle reacties op Facebook en wil graag even met een tegengeluid komen.

Allereerst: ja, ik ben pro-borstvoeding. Ik vind dat elk kind daar recht op heeft, vanwege de enorme gezondheidsvoordelen die eraan zitten. Ik ben echter nog meer voor vrijheid van keuze, wat wil zeggen dat elke moeder het recht heeft om zelf te kiezen hoe ze haar baby wil voeden en hoe lang ze dat wil doen. De tijd dat je je thuiswonende kinderen moet opvoeden gaat zo snel voorbij. Daar moet je optimaal van kunnen genieten. Als je van (lang) borstvoeding geven niet kunt genieten, als je het vreselijk vindt om te doen en/of er veel stress van krijgt, doe het dan vooral niet. Geniet van de tijd dat je moeder bent en geef je baby de fles als je daar wel van kunt genieten. Deze blog is dus absoluut niet bedoeld om moeders die voor de fles kiezen af te branden of neer te zetten als slechte moeder. Deze blog is wél bedoeld om wat onzin de wereld uit te helpen en eerlijke informatie te delen. Want als je wel graag borstvoeding wil geven, dan kun je eerlijke informatie goed gebruiken. En dus geen paniekzaaiend artikel op een site van een moeder die actief strijdt tegen het geven van exclusief borstvoeding aan een baby. Hetzelfde geldt trouwens voor als borstvoeding niet lukt of geen optie is. Dan kun je ook wel wat informatie die niet van de fabrikanten van kunstvoeding komt (en dus commercieel is, zij willen enkel zoveel mogelijk verkopen) gebruiken. Ook die neem ik dus op in deze blog.

Kan een baby sterven aan ondervoeding?
Ja, dat kan. Maar dat gebeurt echt niet zomaar. Als een baby geboren wordt krijgt hij reserves mee. Dit is omdat de melkproductie van de moeder niet meteen op gang komt. Dat heeft een paar dagen nodig. Tot die tijd verbruikt de baby zijn reserves. Hierdoor valt een baby de eerste dagen ook af. Een baby mag gerust de eerste twee dagen niet willen of kunnen drinken, hij zal dan niet omkomen van de honger ténzij het gaat om een premature, dysmature of zieke baby die geen of onvoldoende reserves heeft of deze niet kan gebruiken. Sommige baby’s zijn misselijk na de geboorte door het inslikken van grote hoeveelheden vruchtwater of door de bevalling zelf (ook door het gebruik van de vacuümpomp waardoor baby’s hoofdpijn krijgen). Ook Wolf was de eerste 24 uur flink misselijk en dronk in die 24 uur maar twee keer aan de borst.
Gezonde baby’s mogen sowieso tot 7% van hun geboortegewicht verliezen de eerste paar dagen. Als er na die 7% geen verdere complicaties zijn kunnen ze zelfs veilig 10% van hun gewicht verliezen. Ook dat was hier het geval. Wolf was een gezonde, volgroeide baby, dus kon veilig 10% van zijn gewicht verliezen voor we actie gingen ondernemen. Na die 10% kan het wel slim zijn iets bij te geven, maar dit hoeft niet met de fles en hoeft ook geen kunstvoeding te zijn. Sterker nog: doe je dat wel, dan kan dat het einde betekenen van de borstvoeding. Flesvoeding geven verstoort het proces van vraag en aanbod wat zo belangrijk is voor het op gang komen van de melkproductie, en de fles kan zorgen voor verwarring waardoor de  baby vervolgens de tepel niet meer wil pakken. De eerste dagen is de borstvoeding nog heel kwetsbaar en is exclusief borstvoeding geven van belang om het te laten slagen. Je kunt als je moet bijvoeden gaan kolven en dit met een spuitje (vingervoeden) of een cupje (cupfeeding) aan de baby geven. Hierdoor ontstaat er geen zuigverwarring en het kolven stimuleert de melkproductie. Ik voedde Wolf eerst aan de borst, gaf hem daarna in een spuitje gekolfde melk en kolfde daarna nog na zodat ik melk had om hem na de volgende voeding te geven. Dit was 24 uur lang nodig, toen kwam de groei erin en kon hij het weer zelf. Met een kolf zul je niet veel opbrengst hebben de eerste dagen. Een babymaagje is maar zo’n 5 ml groot op dag 1 en zo’n 50 ml op dag 10. Als je op dag 3 bijvoorbeeld maar 5 ml weet te kolven uit één borst, is dat heel normaal. Daarnaast zijn er ook mensen die nooit goed kunnen kolven terwijl ze wel een goede melkproductie hebben. Ik heb momenten gehad de eerste maanden dat ik met moeite 20 ml gekolfd kreeg terwijl Wolf meer dan genoeg melk binnenkreeg. Ga dus nooit uit van enkel je kolfproductie.
Hoe weet je dan wel of je baby genoeg melk binnenkrijgt? Tel de natte luiers. Minimaal 4 kletsnatte wegwerpluiers of minimaal 6 kletsnatte wasbare luiers zegt iets over de vochtinname vanaf dag 3 à 4 (let op: vlak na de geboorte plassen sommige baby’s ook heel veel door ingeslikt vruchtwater, veel natte luiers op dag 1 betekent dus niet dat je melkproductie in één klap volop op gang is gekomen. Vanaf dag 2 kunnen er dan weer minder natte luiers zijn omdat de colostrum die een baby dan nog uit de borst haalt weinig vocht bevat). De ontlasting moet, na de overgang van meconium naar borstvoedingsontlasting, een beetje mosterdgeel en smeuïg zijn en meerdere keren per dag in de luier zitten (na 6 weken mag er langer niet gepoept worden). Waterige ontlasting mag ook. Een gezonde baby is alert als hij wakker is. Kijkt je aan, beweegt met zijn armpjes en beentjes, maakt een tevreden indruk. Huilt je baby alleen maar? Dan zegt dat niet meteen iets over de voeding. Er kan hem ook iets anders dwarszitten. Concentreer je dus niet enkel op de melk en denk niet dat de fles gaan geven meteen alle problemen oplost.

Zitten er voldoende voedingsstoffen in de melk?
Een hele hardnekkige fabel die ik in reacties de afgelopen dagen weer veel zag terugkomen is het niet hebben van voldoende voedingstoffen in de borstvoeding. Dit is een fabel die enkele decennia geleden de wereld in kwam omdat moeders toen op schema moesten voeden, elke drie uur en maximaal 5 minuten per borst. Vaak is dat te weinig om de productie op gang te brengen en te weinig voor een baby om goed op te groeien. Baby’s vielen dus te veel af en omdat men toen nog niet wist dat op verzoek voeden belangrijk is, werd er gezegd dat de melk vast niet voldoende voedingsstoffen bevatte. Het is allang bewezen dat dit onzin is maar de fabel blijft verspreid worden. Moedermelk wordt gemaakt vanuit het bloed van de moeder. Als de moeder voedingsstoffen in haar bloed heeft zitten, zitten die dus ook in de melk. De baby gaat voor, dus als een moeder weinig voedingsstoffen binnenkrijgt door een slecht eetpatroon gaan die voedingsstoffen eerst in de melk naar de baby. Die krijgt dan dus nog steeds voldoende binnen. Pas als een moeder echt zwaar ondervoed is (en dan moet je denken aan vrouwen in Afrika die wekenlang op bijna niets leven) kan het zijn dat de melk niet voldoende voedingsstoffen bevat.
Je kunt de melk laten testen in een laboratorium, maar dit is niet betrouwbaar. Moedermelk wordt de hele dag door afgestemd op de behoefte van de baby. De ene keer heeft hij behoefte aan meer vet, de andere keer aan meer vocht bijvoorbeeld. Eén keer kolven en die melk laten testen zegt dus enkel iets over de voedingsstoffen in de melk op dát moment. Een uur later is dat weer heel anders. Je zou dus een paar dagen lang elk uur of elke twee uur moeten kolven, ook ’s nachts, en dat allemaal laten testen wil je een betrouwbaar beeld krijgen van de voedingsstoffen in je melk. En mocht je dat doen, zul je zien dat er gemiddeld genomen over al die melk bij elkaar voldoende voedingsstoffen zijn.

Waarom komt een baby dan soms niet aan?
Het komt zeker voor dat baby’s teveel afvallen na de geboorte, dus over die 10% gaan. Het komt ook voor dat baby’s veel te weinig aankomen (te zien aan de groeicurve, gebruik wel de WHO-curve want die is gericht op borstvoeding en baby’s die borstvoeding krijgen groeien wat anders dan baby’s die flesvoeding krijgen). Dit ligt dan niet aan de voedingsstoffen in de melk. Het kan voorkomen dat de melkproductie van de moeder gewoon niet voldoende is. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Een baby heeft bijvoorbeeld niet vaak genoeg aan de borst mogen drinken waardoor de productie niet op gang is gekomen. De eerste zes weken zijn cruciaal voor het op gang brengen van de melkproductie, een baby zal die weken ook minimaal 10-12 keer per 24 uur aan de borst moeten drinken om de melk op gang te brengen en te houden. Ook na die zes weken is, tot zes maanden, minimaal 8 keer per dag drinken het meest ideale. Een baby die minder vaak aan de borst drinkt kan leiden tot een lagere melkproductie en vervolgens een baby die niet genoeg groeit. De oplossing kan dan zijn om de baby gewoon vaker aan te leggen. Als de melkproductie echt moeilijk op gang komt zijn er een aantal kruiden die je kunt gebruiken, zoals Fenegriek of Gezegende Distel. Ook anijs kan helpen (de traditie van beschuit met muisjes na de geboorte is er niet voor niets, die is ontstaan omdat anijs, waar de muisjes van gemaakt zijn, de borstvoeding bevordert). Zorg ook dat je ontspannen borstvoeding geeft. Veel stress en spanning kan er soms voor zorgen dat je geen toeschietreflex krijgt en de baby dus moeilijk melk uit de borst kan halen.
Heel soms hebben moeders te weinig weefsel in hun borsten en maken ze echt niet voldoende melk aan.

Wat ook kan, is dat er wel voldoende melk is maar de baby het niet uit de borst weet te krijgen omdat hij niet goed aanhapt. Een te kort tongriempje of een te kort lipriempje kan hier de oorzaak van zijn. Meestal merk je dat als moeder wel omdat een baby die niet goed kan aanhappen ook zorgt voor pijn tijdens het drinken en tepelkloven. Vermoed je dat dit het geval is, laat dan eens een lactatiekundige (IBCLC gecertificeerd, let daarop) langskomen om in het mondje van de baby te kijken. Het tong- en/of lipriempje doorknippen kan helpen. Ook als deze niet te kort zijn en de baby toch niet goed aanhapt kan een goede lactatiekundige helpen de baby wel goed aan de borst te krijgen.

Als het dan nog niet lukt, is flesvoeding dan de enige optie?
Gekeken naar waar het lichaam van een baby op rekent zijn dit de opties:
Eerste keuze: live borstvoeding aan de borst.
Tweede keuze: gekolfde moedermelk van de eigen moeder.
Derde keuze: gekolfde moedermelk van een andere moeder.
Vierde keuze: flesvoeding.

Je kunt dus, als live borstvoeding niet lukt, zelf gaan kolven en dat met de fles geven. Als kolven ook niet lukt (door onvoldoende melkproductie, omdat je zelf medicijnen slikt die niet samengaan met borstvoeding, of omdat je er simpelweg met de kolf niet genoeg uitkrijgt) kan donormelk een optie zijn. Er zijn verschillende sites en Facebookgroepen waar je in contact kunt komen met moeders die melk overhebben en dit graag willen doneren. Sommige moeders willen dat niet, die voelen zich er niet goed bij. Dat kan, je moet erop kunnen vertrouwen dat de moeder die de melk doneert geen schadelijke medicijnen slikt, niet rookt en drinkt, etc. En dan is flesvoeding gelukkig een prima optie. De flesvoeding die we tegenwoordig hebben is van uitstekende kwaliteit. Het is níet even goed als borstvoeding, wat wel eens wordt beweerd, want het mist een heleboel inhoudsstoffen en antistoffen die borstvoeding wel bevat, maar baby’s kunnen er prima op groot worden en zijn echt niet slechter af. Voel je dus vooral niet schuldig als borstvoeding niet lukt en je flesvoeding geeft. En voel je ook niet slechter als je bewust voor flesvoeding hebt gekozen. Het belangrijkste is dat je doet wat bij je past, wat lukt en waar je je prettig bij voelt.

Hoe groot moeten flesjes melk zijn?
Het maagje van een baby is nog klein en een baby die live aan de borst drinkt houdt daar meestal uit zichzelf rekening mee. Geef je gekolfde (donor)melk of flesvoeding, dan komt het vaak voor dat een baby na een kleine hoeveelheid melk niet tevreden is en het lijkt alsof hij nog honger heeft. Dit komt doordat van nature zuigbehoefte en honger bij baby’s hand in hand gaan. Zuigbehoefte heeft een functie. Als een baby bij iedere zuigbehoefte aan de borst wordt gelegd komt de melkproductie sneller en beter op gang. Een baby drinkt zo heel frequent kleine beetjes, die precies passen bij de grootte van de maag. Ook moet een baby aan de borst harder zuigen om er een beetje melk uit te krijgen. Ook dit voldoet aan de zuigbehoefte.
Een fles drinkt echter een stuk makkelijker. De zwaartekracht werkt mee (baby ligt bijna plat, melk uit de fles stroomt naar beneden) en het gaatje waaruit de melk komt is groter. Een baby hoeft aan de fles ook geen toeschietreflex op te wekken en de melkstroom is ook niet het ene moment groter dan het andere moment, maar gedurende de hele voeding hetzelfde. De fles is om deze redenen vaak eerder leeg dan dat de zuigbehoefte gestild is. En omdat zuigbehoefte en honger hand in hand gaan zal de baby na de voeding nog hongerig lijken, soms blijven zuigen aan de fles en niet willen loslaten, boos zijn als je de fles weghaalt en een speentje niet accepteren. Het speentje even blijven volhouden kan werken. Wat echter ook kan werken is het zogenaamde “therapeutisch flesvoeden”. Hierbij houd je de baby wat meer rechtop en de fles zoveel mogelijk horizontaal. Daarnaast zorg je voor een speen met het kleinst mogelijke gaatje. De baby moet zo meer moeite doen om de melk uit de fles te krijgen, waardoor de zuigbehoefte tijdens het drinken beter gestild wordt en de baby na de fles wel tevreden zal zijn.

Dit therapeutisch flesvoeden werkt wel enkel wanneer je het vanaf het begin al doet. Grotere flessen geven dan de maag zorgt ervoor dat de maag, die elastisch is, oprekt. Dat geeft niet als het af en toe gebeurt. Denk maar aan een ballon. Als je die één keer opblaast en weer leeg laat lopen gaat hij wel weer terug naar zijn  oude formaat. Maar hoe vaker je hem opblaast en leeg laat lopen, hoe groter hij na het leeglopen blijft. Hij raakt blijvend uitgerekt. Dit kan met de maag ook gebeuren, en als een baby gewend is om steeds wat meer te drinken dan wat er in zijn maag past, en dus gewend is steeds na de fles een flink vol gevoel te hebben, zal hij om steeds meer voeding gaan vragen. Dan nog terug gaan naar kleine flesjes en therapeutisch flesvoeden gaat niet meer lukken.

De maag van een baby is heel klein en groeit in het begin harder dan daarna. Na een week past er in de maag zo’n 40 ml. Na 3 weken zo’n 60 ml. Daarna loopt de grootte van de maag geleidelijk op naar 100 ml met zes maanden en 150 ml met 12 maanden. Wanneer je vanaf het begin aan therapeutisch flesvoeding doet zal een baby aan deze hoeveelheden per fles genoeg hebben. Dit betekent natuurlijk wel dat je niet, zoals de richtlijnen op de pakken voeding voorschrijven, drie tot vier uur tussen de voedingen laat. Je voedt de baby dan op verzoek, wat wil zeggen dat zodra de baby hongersignalen toont (op de handjes zuigen, zoeken met een open mondje, smakken, mopperen, het uiteindelijke huilen is eigenlijk al te laat) je een nieuwe fles geeft. Dit kan dan best na 1,5 à 2 uur alweer zijn. Zoals eerder gezegd is tot zes weken minimaal 10-12 voedingen per dag het meest ideale en daarna tot zes maanden minimaal 8. Meer voedingen mag altijd. Bij gekolfde moedermelk is er geen limiet. Bij flesvoeding mag je officieel niet over een liter gaan (maar ook dit is geen hele strakke grens).

Omdat een zwaardere en grotere baby wat meer voeding nodig heeft dan een kleine lichte baby kun je dit rekensommetje gebruiken:
Maand 1 (dus geboorte tot 1 maand oud): 150 x gewicht in kg : aantal voedingen.
Maand 2: 140 x gewicht in kg : aantal voedingen.
Maand 3: 130 x gewicht in kg : aantal voedingen.
Maand 4: 120 x gewicht in kg : aantal voedingen.
Maand 5: 110 x gewicht in kg : aantal voedingen.
Maand 6: 100 x gewicht in kg : aantal voedingen.

Hierbij ga je uit van minimaal 8 voedingen. Je zult zien als je je baby op verzoek voedt en minimaal 8 voedingen aanhoudt, dit goed overeenkomt met de maaginhoud van een baby. Voorbeeld: Een baby van 10 weken weegt 5,5 kilo en drinkt 9 voedingen per dag. 130 x 5,5 : 9 = ongeveer 80 ml per fles.

Tot slot, flesvoeding na 6 maanden.
De reclame maakt je wijs dat je na 6 maanden moet overstappen op opvolgmelk. Dit is NIET nodig. Opvolgmelk bevat dezelfde bestanddelen als zuigelingenvoeding (nummer 1, tot 6 maanden) maar dan met wat extra toegevoegde suikers die niet nodig zijn (en ook niet gezond). Opvolgmelk is ontworpen omdat fabrikanten voor zuigelingenvoeding geen reclame mogen maken en wel een product nodig hadden om hun merk bekend te maken. Het is prima om na zes maanden gewoon zuigelingenvoeding te blijven geven. Ook na 10 maanden, na 1 jaar, zo lang als je flesvoeding wil blijven geven, is zuigelingenvoeding goed om te geven. Alles wat een baby nodig heeft maar dan zonder ongezonde toevoegingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s